Tips van Locals: wat te eten, zien en doen in Porto

Porto is zowat de tweede populairste stad van Portugal na Lissabon. Gelegen in het noordwesten van het land, aan de Costa Verde en de Douro rivier, is Porto altijd een belangrijk havengebied geweest. De stad staat natuurlijk bekend voor het gelijknamige drankje porto – iets te straf voor mij, maar je moet het natuurlijk eens geprobeerd hebben. Het leuke aan verblijven in “een perfecte Airbnb” is natuurlijk dat je een proevertje krijgt aangeboden bij aankomst en een heleboel customized tips krijgt van een local over wat te eten, zien en doen in een stad die trouwens ook op de werelderfgoedlijst staat;

porto-locals-tips

Passeio das Virtudes

De Passeio das Virtudes ligt aan het Jardim das Virtudes park. Het park bestaat eigenlijk uit verschillende lagen terrassen en biedt een mooi uitzicht op de rivier. De Passeio is een populaire plek waar lokale koppeltjes en vriendenkliekjes verzamelen om naar de zonsondergang te kijken.

Vila Nova de Gaia

Vila Nova de Gaia is een kustplaats die tegenover Porto ligt, aan de andere kant van de Douro rivier, en met de stad wordt verbonden via de Ponte de Dom Luis. Het is het epicentrum van alle portowijn. Logischerwijs kom je naar hier voor een porto tasting, maar je vindt hier ook leuke terrasjes met zicht op Cais da Ribeira. Vanuit de eitjes van de Téléferic, die je omhoog brengt naar de Monasteria, heb je een geweldig mooi uitzicht op Porto.

porto-vila-nova-tips

Conga

Een typisch gerecht uit Porto heet bifana. Het is een in feite een soort pistolé met dungesneden reepjes varkensvlees ertussen en een licht pikante saus. Het is natuurlijk het geheime recept van die saus die key is in dit gerecht. Conga is the place to go voor bifanas in Porto. De snackbar bestaat sinds 1976 en is druk bezocht door locals. Toen ik er kwam, keken de mensen toch lichtjes hun ogen uit. Misschien dachten ze dat ik verdwaald was?

Guarany

Aan de Avenida dos Aliados bevindt zich het historisch restaurant Guarany. Net zoals Café Majestic is dit een van de oudste café/restaurants in de stad, alleen is Guarany prijs-kwaliteit volgens mijn host meer in balans. Het maakt niet echt uit of je binnen of buiten zit, that’s up to you. Volgens mijn host is dit wel een ideale locatie om een ander typisch gerecht van Porto te proeven: francesinha. Het is eigenlijk een broodje met ham, linguiça, verse worst, steak of geroosterd vlees. Dat wordt dan bedekt met gesmolten kaas en overgoten met een soort tomatensaus. Je eet het met frietjes en bestelt er idelaiter een fris pintje bij.

bifana-locals-tips-porto-conga

Santini

Vlakbij Guarany kan je bij Santini langsgaan voor een lekker ijsje. Ik ben nergens anders geweest, maar volgens mijn host is dit het beste ijs van de stad. Persoonlijk heeft het me zeker gesmaakt!

Confeitaria do Bolhão

In het rijtje van oudste, populairste coffee shops kan je ook nog Confeitaria do Bolhão toevoegen. De winkel is gelegen tegenover de ingang van de Mercado do Bolhão en het is er veel drukker bezocht eerlijk gezegd. Geen enkele keer ben ik erin geslaagd de koffie of een van de gebakjes te proeven. Maar ik zou zeggen, waag gerust ook eens je kans!

bolhao-porto-locals-tips

Boavista

Als je op Avenida dos Aliados bus 500 neemt in de richting van Mantosinhos, ga je eigenlijk op een mooie rit langs de waterkant van Porto. De rit op zich is al de moeite. Een busticketje kost €1,6. Wij reden tot net voor Mantosinhos, de eindhalte, en stapten uit in Boavista. Vanaf daar wandelden we terug richting Porto. In Boavista kan je volgens mijn host overheerlijke croissants eten in Cafetaria Boémia. In de Mercado do Bom Succeso kan je dan weer verse voedingsproducten en gerechtjes proeven vanuit het hele land. Ik was echter zo afgeleid door de mooie zeezichten dat ik helemaal vergat te eten… en dat zegt natuurlijk al wel iets!

boavista-porto-portugal

Rua dos Martires da Liberdade

Indrinken doen de locals van Porto in Tashinha of Mirita in de Rua dos Martires da Liberdade. Het is er bijzonder druk in het weekend vanwege de goedkope drankjes en de leuke buzz.

Galerias de Paris

Eenmaal je klaar bent om de nacht écht in te gaan, trekken je net als de locals best naar Galerias de Paris. Dat zijn twee parallelle straten vol met clubs. Dit is dé uitgaansbuurt van Porto.

Museo d’Avo

Nee, uiteraard vind je geen musea in mijn aanbevelingslijstjes. Tenzij het gaat om een restaurant dat basically een museum is waar je allerlei portugese gerechtjes kan bekijken… en proeven! In Travessa de Cedofeita vindt je dit tapas restaurant waar je in een redelijk “romantische” omgeving portugese lekkernijen kan bestellen.

ik-porto-dom-luis

Volgende week deel ik met veel plezier mijn eigen ontdekkingen met jullie. Laat gerust ook weten wat jouw aanraders zijn in Porto!

5 Geheime Bestemmingen die bijna niemand kent (maar jij nu wel!)

 

Ik zal je een geheimpje vertellen. Volgens mij zijn we nu wel op dat moment gekomen waarop ik jullie iets kan toevertrouwen. Mijn zwakke punten tijdens het reizen zijn off the beaten track bestemmingen. There. I said it. Ik heb een zwakke plek voor die verborgen plekjes die nog (relatief) onontdekt zijn door het grote publiek.

Geniet nu maar van de lijst, droom maar lekker weg en laat ons weten welke geheime plekjes jij met ons wil delen!

feather5 Geheime Bestemmingen Voor Jou

god-own-junkyard-walthamstow-londen

1. Walthamstow (Londen, Verenigd Koninkrijk)

In april was ik enkele dagen in Londen voor een conferentie. Ik heb daarbij natuurlijk ook een extra dagje sightseeing ingepland. Een collega stelde voor om naar Walthamstow te gaan, wat eigenlijk lijkt op een onafhankelijk dorpje binnenin Londen. Het is er echt geweldig en superschattig! De straatjes zijn gezellig, er zijn superleuke barretjes en restaurantjes. Het toppunt was toch wel God’s Own Junkyard, een waarhuis vol kunstige neonverlichting. My very own heaven!

 

geheime-bestemming

2. Ojo del Agua (Isla de Ometepe, Nicaragua)

Op het meer van Nicaragua ligt een eiland, Isla de Ometepe, dat gemerkt wordt door de twee vulkanische bergtoppen die je van veraf kan zien. Verstopt op het eiland ligt een natuurlijke zwemvijver, Ojo del Agua genaamd. Het water is superhelder en stroomt toe via een ondergronds riviertje dat van de vulkanen komt. Volgens de welkomstborden verleng je je leven met zeven jaar door even in het water te dobberen. Het plekje wordt steeds bekender, dus je kan het beter snel zelf gaan ontdekken voor het écht een toeristische trekpleister wordt! Ik schreef er eerder ook al dit artikel over.

 

frigliana-spanje-roadtrip

3. Frigliana (Andalusië, Spanje)

In de bergen van Andalusië, op enkele kilometers van Nerja en een half uurtje van Malaga, ligt het witgekalkte dorpje Frigliana. Twee zomers geleden namen vrienden ons mee en ik werd meteen verliefd op de rode dakpannen en pastelblauwe deuren. Ik ben ook dol op de nauwe, steile, geplaveide straatjes en de bloemen in hangpotten die zo leuk afsteken tegen de witte muren. Hou rekening met een stevige klim, maar bij The Garden kan je heerlijk eten en ondertussen genieten van een geweldig panorama!

 

srinagar-dal-lake-kashmir4. Srinagars Tulpentuin (Kashmir, India)

Afgelopen april kon je me terugvinden in Srinagar, de hoofdstad van de Indische staat Kashmir. De eerste dag moest ik echt wennen aan het koude weer en de bewolkte lucht. Maar ik werd na enkele uren enorm opgevrolijkt door de tulpentuin die onze gids voor het laatste had bewaard. Wie had dat ooit gedacht? Een tulpenweide in de bergen, aan de voet van de Himalaya! De weide is nog maar open sinds 2008 en wordt voornamelijk door Indische toeristen bezocht. Best lees je eerst het verslagje van mijn bezoek aan Kashmir voor enkele levensnoodzakelijke tips!

 

geheime-bestemming5. Vlaeykensgang (Antwerpen, België)

Drie zomers geleden vertelde ik jullie al over de geheime gangetjes die verscholen liggen achter een deur midden in de stad. Iemand zou je eigenlijk effectief de deur moeten wijzen of je loopt er gewoon langs. Het is net Narnia! Eens je binnen bent, lijk je wel in een andere tijd te zijn terecht gekomen. Al het lawaai van buiten wordt verstomd en je lijkt terug te zijn gezonden naar de 16de eeuw. Je kan er trouwens ook luxueus gaan eten! De toegang tot de gangetjes zelf is gratis. Om ze te vinden raad ik je aan hier te kijken.

 

 

Geniet van deze tips! En laten we het lekker tussen ons houden. 😉 Deel ook gerust jouw geheime plekjes met me door onderaan een berichtje na te laten, of stuur je tips via Contact. Ik kijk er alvast naar uit om jouw tips te gaan ontdekken!

De twee gezichten van party capital Goa

Als ik twee staten in India moet noemen die compleet van elkaar verschillen, dan zeg ik Kashmir vs. Goa. Het toerisme en klimaat, de natuur en activiteiten, de sfeer en geschiedenis zijn compléét verschillend – tegenovergesteld zelfs. Maar wij maakten de overstap van het ene extreme naar het andere. Van oorlogsgebied naar party capital.

Noord- en Zuid-Goa hebben verschillende dingen te bieden, zoals je zometeen zal merken. Wij trokken op aanraden van een Indische kameraad eerst naar het Zuiden.

Goa-Vaca-beach

Zuid-Goa

Hoe blij was ik om de warme zon opnieuw te voelen en de palmbomen te zien overal waar ik keek. Vooral na het koude, natte, grauwe Kashmir achter te hebben gelaten! Tegelijkertijd was het ook verschrikkelijk om opnieuw India te ervaren tussen honderden toeristen (vnl. Britten natuurlijk). Zoals ik al eerder beschreef, zag ik tijdens mijn studieperiode in Bhubaneswar amper blanken, omdat die niet zo vaak de oostkant van India bezoeken. Aan het toeristische India moest ik me dus altijd even mentaal aanpassen.

goa-zuri-ik

We verbleven in het Zuri White Sands Resort dat ons door dezelfde Indische kennis was aangeraden. Het was een wondermooi en modern hotel met ruime kamers. Overdag kon je me aan een van de zwembaden terugvinden – etend, lezend, zwemmend. Het werd me echter al snel duidelijk dat dit zo een van die hotels was waar gezinnen naartoe komen. Ik snapte al dat de Indische kameraad mijn vader een beetje verkeerd had ingeschat…

noord-goa-strand

Zuid-Goa is echt bedoeld om tot rust te komen. Je komt aan in je hotel en gaat er eigenlijk niet buiten tot je verblijf om is. We maakten een wandeling over het witte zand (dat kraakt alsof je in verse sneeuw aan het wandelen bent!) naar het Taj hotel. Daar kregen we een rondleiding. Maar ik was toch blij dat ik in Zuri zat dan – minder stijf.

Maar we zijn natuurlijk niet in India om in het hotel te blijven! Na twee dagen trokken we dan ook naar het Noorden van Goa, waar het veel levendiger is (en dat is eigenlijk nog een understatement).

noord-goa-strand

Noord-Goa

Het was ongeveer twee uurtjes rijden naar de volgende bestemming. We ontdekten een klein lokaal barretje op vijf minuten wandelen van het hotel de vorige avond. Daar leerden we een driver kennen met wie we iets konden regelen om ons naar Noord-Goa te voeren.

We verbleven nog twee nachten in hotel Acacia in Candolim. We hadden een mooie, ruime kamer. Het was opnieuw een modern hotel, in een O-vorm. Het gat van de O was open en liet elke ochtend om vijf uur het lawaai van de nabijgelegen moskee vlotjes binnen. Onderaan de O bevond zich het zwembad en een van de restaurants. Het hotel is heel goed gelegen aan de hoofdstraat, maar er is geen geluidsoverlast. Op het dak van het hotel is er ook een leuk restaurant met zeezicht. Het strand ligt op een dikke tien minuten wandelen van het hotel.

zuid-goa-candolim

Het zand in Noord-Goa is ruwer met meer schelpjes. Het is er drukker met meer barretjes en ambiance. Candolim is levendig maar niet overbevolkt. Voor drukte ga je meer noordelijk dan Candolim: Calangute, Baga, Anjuna en Vagator. Je kan langs het strand van dorpje naar dorpje lopen of een taxi nemen. Taxi’s (en tuktuks trouwens) zijn in Goa héél duur, maar de rest (eten en drinken bijvoorbeeld) is dan weer goedkoop.

birthday-goa

De avond dat ik 23 jaar werd

In Candolim kan ik je aanraden het fusion restaurant aan de overkant van hotel Acacia zeker te proberen! Calangute staat bekend om de feestjes. Baga wordt eerder afgeraden omdat vrouwen er vaker lastiggevallen worden en het er gewoon té druk is. Anjuna huist de populaire beach bar Curlies Beach Shack. In Vagator, het meest noordelijk in Noord-Goa, vindt het superbekende festival Sunburn elk jaar plaats rond de Nieuwjaars periode. Maar wat je zeker niet mag overslaan, is Thalassa. Dit is een van de mooiste en lekkerste restaurants in Goa. Zorg ervoor dat je reserveert en doe dat rond zonsondergang voor een wondermooie culinaire ervaring!

goa-sunset-thalassa

Wil je echt een exclusieve night out? Ga dan een keer naar Club Cubana. Gelegen tussen Baga en Anjuna neem je een van de jeeps naar boven op een heuvel. Sommige avonden mogen vrouwen gratis binnen, dus da’s misschien iets om rekening mee te houden. Drankprijzen vallen er ook best mee. De Club lijkt net een jungle waarin je af en toe een open ruimte ontdekt met weer een bar, een in-house disco en zelfs een open-air pool! Het is niet meteen “mijn scene”, maar ik vond het ongelofelijk om er een keer rond te lopen.

goa-zuri-ik

To do in Goa

Eet zeker eens de zeegerechtjes waarvoor Goa bekend staat. Maak ook van de gelegenheid gebruik om een keer van een massage te genieten of yogales bij te wonen; die mogelijkheid is er namelijk in overvloed! Ga ook eens naar de grootste vlooienmarkt van de stad in Anjuna (moeilijk te voet bereikbaar). Ben je een echte durver, huur dan een scooter. Het verkeer in Goa valt eigenlijk nog best mee. Er zijn ook een heleboel forten die je kan bezoeken die dateren vanuit de tijd dat Goa nog bij Portugal hoorde.

Je zal je zeker niet vervelen in Goa!

Ook handig om te weten, is dat Goa letterlijk zo toeristisch is dat je kan dragen wat je wil qua outfits. Enkel in de regio van Baga Beach is het op eigen risico.

goa-acacia-hotel-rooftop

Mijn laatste avond in Goa vierden we mijn 23ste verjaardag. De volgende dag zouden we dit verder zetten in Mumbai, onze volgende bestemming…

Claudia Goes Abroad blaast drie kaarsjes uit!

Vandaag mag Claudia Goes Abroad drie kaarsjes uitblazen, want na…

36 maanden vol reizen en avonturen,
144 weken vol inspiratie en levenslessen,
1008 dagen van dromen, plannen en er op uit trekken,

is deze blog nu drie jaartjes oud!

ik-montpellier wenen-ik-budget ik-rotterdam-euromast
De laatste twaalf maanden legde ik duizenden kilometers af. Ik stapte niet alleen 19 keer op het vliegtuig, maar nam ook 17 keer de trein. Bovendien werden er ook nog eens duizenden kilometers afgelegd per bus, boot, motorfiets, scooter, auto, taxi en tuktuk.

Ik bezocht dit jaar ook 9 landen (België, Frankrijk, Groot-Brittannië, India, Nederland, Oostenrijk, Slowakije,  Spanje, USA) – een unieke ervaring die mede mogelijk gemaakt werd door het 3CMGM programma natuurlijk.

backwaters-kerala-kollam ik-Agra-fort balsamand-jodhpur-rajasthan-ik

Bedankt voor al jullie leuke berichtjes, steun en interesse de afgelopen jaren. Laten we er opnieuw een boeiend jaar van maken!

Check ook:

3CMGM-new-york

 

City trip in Rajasthan: twee dagen Jaipur

In de late voormiddag kwamen we aan in de hoofdstad van Rajasthan na een vijf uur durende treinrit vanuit Jodhpur. De aprilse hitte in Jaipur is als een slag in het gezicht. Je kan niet anders dan zweten. Bovendien was het alsof er tien treinen tegelijk waren aangekomen – het was er verschrikkelijk druk.

Gedurende de bijna twee uren dat we stonden te wachten op onze driver aan het station bleven we maar aanbiedingen naar ons hoofd geslingerd krijgen van mannen die ons wilden helpen met onze bagage, ons de weg naar hun tuktuk wilden wijzen of hun taxi services aanboden voor een “special price, only for you my friend”.

jaipur-rajasthan

Uiteindelijk vond Paras ons dan toch in de drukte. Paras is een werknemer van de ouders van Nipun, die ons verwelkomd hadden in hun huis in Delhi een week eerder. Paras zou met ons de stad verkennen en telkens een driver regelen die de hele dag met ons zou rondrijden. Hij was een kleine, enthousiaste kerel die best goed Engels sprak en overbezorgd om ons heen drentelde. Nog voor we onze bagage konden afzetten wou hij al aan onze tour beginnen, dus we beseften al snel dat we hem af en toe wat zouden moeten intomen.

Nadat we ons geïnstalleerd hadden in onze kamer in het moderne Metropolitan hotel (maar wifi was niet inbegrepen? fail!) begon de city tour. Tijdens de rit naar onze eerste bezienswaardigheid werd het duidelijk waarom Jaipur bekend staat als de Pink City: alle gebouwen hebben er een roestkleur. Met wat verbeelding dus roze, denk ik.

Jaipur-rajasthan Jaipur-rajasthan

We begonnen met een bezoek aan Hawa Mahal, ook bekend als het Paleis der Winden. De gevel is relatief bekend vanwege de 365 vensters die het kenmerken. De raampjes met kleurrijk glaswerk dienden om de koninklijke vrouwen die in het paleis wonen te verbergen van de buitenwereld. Zij mochten van hun religie en vanwege de koninklijke gewoontes niet op straat komen. Daarna wandelden we verder naar de City Palace, waar we een kleine snack verorberden en de sfeer opsnoven in de monarchistische omgeving. Jantar Mantar hebben we wegens tijdsgebrek overgeslagen.

In de namiddag gingen we verder naar Jal Mahal en Fort Amer, het meest bekende fort van de stad. Jal Mahal is een privédomein met een groot, geel, “verzonken” paleis midden op een meer. Je kan het bekijken vanop een gezellige boulevard waar veel kramers prulletjes verkopen. Na het bezoek aan Fort Amer en een verfrissend drankje in het Mayfair hotel kwamen we terug om de lichtjes van het paleis te zien blikkeren over het water.

Amber fort is opnieuw anders dan alle andere forten die we al bezochten en nog zouden bezoeken. Het is amberkleurig (surprise!) en wordt “bewaakt” door een hele familie aapjes. Ik denk dat we wel twintig minuten naar de speelse beestjes hebben staan kijken, gewoon omdat ze zo’n grappige streken bleven uithalen.

Volgens mij kan je wel een halve dag in Fort Amer doorbrengen. Het is énorm groot en je raakt zo verdwaald. Er is zelfs een Starbucks aan de uitgang! Trouwens, als iemand je aanbiedt om je een rondleiding te geven, wordt er natuurlijk van je verwacht een fooi te geven. Niemand doet dit uit pure goedheid in toeristische trekpleisters natuurlijk… (Ja, ik had me laten vangen.) ’s Avonds gingen we lekker eten in een restaurant dat we hadden gevonden op TripAdvisor.

De volgende dag voelde mijn vader zich opnieuw ziek. Het was al snel duidelijk waarom dat zo was ondanks de medicijnencocktail die hij aan het innemen was en die onmiddellijk had lijken te helpen. De vorige dag terwijl hij op mij aan de uitgang van Fort Amer stond te wachten had hij een typisch Indisch drankje gedronken aan een streetfood stalletje. Indiërs vinden het geweldig (en mijn papa blijkbaar ook, want hij had nog een tweede besteld); ik vind het verschrikkelijk. Het is water met zout en citroen, maar het is lauw want je kan niet zomaar een koelkast zetten in India natuurlijk. Het is heel waarschijnlijk dat dat water bovendien niet gezuiverd is. Vandaar dat mijn vader waarschijnlijk opnieuw ziek werd – u zijt bij deze gewaarschuwd!

Jaipur-rajasthan-jal-mahal Jaipur-rajasthan-jal-mahal

De meeste zaken dat we de volgende dag bezochten heb ik dus alleen gedaan. In het gezelschap van Paras weliswaar, die bovendien zijn jongere zus mee op sleeptouw had genomen. We bezochten nog twee forten: Jaigarh Fort, dat over Amer Fort uitkijkt en bovendien het grootste ooit in gebruiken genomen kanon plek geeft, en Nahargarh Fort, een enorm gangencomplex dat vanop het dak een mooi panoramisch uitzicht biedt over Jaipur.

De namiddag bracht ik door aan het dakzwembad van ons hotel terwijl mijn papa wat ging uitrusten op de kamer. ’s Avonds bezochten we eerst de ouders van Paras, die ons “op de chai gevraagd hadden”, en proefden we huisgemaakte Indische zoetigheden.

Daarna bezochten we het Disney-achtige dorpje (maar dan op zijn Indisch natuurlijk) Choki Dhani. Het is een geweldig mooi verlicht artificieel stadje waar je de geschiedenis van de staat kan verkennen, typische gerechtjes kan proeven en naar allerlei performances kan gaan kijken. Ook deed ik er, op vraag van Paras’ zusje, mee een olifantenritje. Het is een leuke manier om de cultuur en geschiedenis van Rajasthan te bewaren, ook voor de locals.

Lang zijn we er niet kunnen blijven, omdat ik moe was van een hele dag rond te lopen in die ongelofelijk hitte en omdat mijn papa zich nog steeds niet goed voelde. Maar Choki Dhani was absoluut een hoogtepunt van ons bezoek aan Jaipur!

De volgende ochtend heel vroeg vertrokken we naar de luchthaven, op weg naar de bestemming die het hoogtepunt van onze reis zou moeten worden: Kashmir.

Het Indische sprookje in Rajasthan (Jodhpur)

Eén ding was zeker toen ik naar India kwam: Rajasthan mocht niet overgeslagen worden. Waarom? Omdat het beschreven wordt als het land waar de sprookjes van duizend-en-een-nacht zich afspeelden, omdat je er een kamelentour in de woestijn kan meemaken, en omdat de prinsentraditie zich nergens zo duidelijk uitdrukt als hier.

Nu, die kamelentour is er niet van gekomen. Gelukkig had ik de kans al eerder gegrepen om een keer met een kameel te rijden in Puri. Udaipur is de plek waar je dit gewoonlijk kan doen, maar daar was het ondraaglijk warm in maart/april en ook door tijdsgebrek dus uitgesloten. Ga je in de kerstvakantie naar India of een andere koelere periode, moet je dit zeker bij je programma toevoegen!

Na een lange treinrit kwamen we aan in Jodhpur. Papa en ik moesten in verschillende klassen reizen. Om een lang verhaal kort te maken: we hadden te laat geboekt en stonden op de wachtlijst. Dit is blijkbaar een populair traject. Op het moment van vertrek hadden we eigenlijk maar één officieel ticket, dat in eerste klasse. In ons compartimentje (met vier bedden in plaats van de gewoonlijke acht) had één van de passagiers echter een ticket voor derde klasse op overschot dat hij niet zou gebruiken. Dat heeft hij aan ons geschonken. Hoeveel geluk kan je hebben?! En hoe gul kan je zijn?

Aangezien ik al wel vaker in derde klasse heb gereisd en mijn papa niet zo op zijn gemak was tijdens zijn eerste Indische treinrit bood ik aan om dat ticket te nemen, maar uiteindelijk ben ik dan toch maar in eerste klasse gebleven. Het is immers minder gepast dat een meisje alleen reist. En aangezien de mannen in dit compartiment duidelijk vriendelijk en behulpzaam waren, was dat de beste oplossing. Ik heb nog nooit zo goed geslapen op een trein!

In Jodhpur moesten we onze plan trekken. Ik regelde een Ola en bestelde chai terwijl we wachtten. Ik blijf het grappig vinden om de chaiwalla’s (iemand die thee serveert) hun stomverbaasde gezichten te zien als ik het drankje ga bestellen dat eigenlijk bestemd is voor de armen. Maar wat kan ik eraan doen dat het zo lekker is?

Balsamand-Lake-Palace-Jodhpur-Rajasthan

Onze Ola chauffeur bracht ons naar het hotel. Balsamand Lake Palace is een voormalig paleis. Alleen al in het hotel zelf kan je een halve dag doorbrengen gewoon door alle hoekjes en kantjes van de bijhorende gronden te verkennen. We kregen opnieuw wat chai terwijl we wachtten om naar onze kamer gebracht te worden met een soort van uit de kluiten gewassen golfkarretje.

De kamer zelf is toch wel een korte beschrijving waard. Na een wandeling door de marmeren inkomhal, stopten we voor een deur die evengoed een kerkerdeur kan zijn. Deze deuren leidden naar een zaal. De zaal moest onze kamer voorstellen. Het plafond bevond zich méters boven ons. Er waren twee super zachte bedden, een woonkamergedeelte, twee bureaus, een schommelbed en de ramen waren helemaal uit gekleurd glaswerk. Aan elke kant van de kamer was er bovendien een badkamer volledig uit marmer.

Dit zou de presidential suite zijn in eender welk ander hotel. En toch betaalden we niet meer dan een kamer in de Ibis tijdens hoogseizoen. Sprookjes uit duizend-en-een-nacht? Hell yeah!

DSC02447 Balsamand-Lake-Palace-Jodhpur-Rajasthan

Het was meer dan veertig graden in Jodhpur, dus kozen we ervoor eerst een frisse duik te nemen in het paleislijke zwembad en te wachten tot zonsondergang – al om vijf uur in India – voor we de stad introkken. Aangezien we de enigen waren die ons om dit uur aan het zwembad waagden, was het net alsof ik aan mijn eigen oase lag. Zalig!

Jodhpur wordt ook wel de Blue City genoemd, maar dat wordt pas duidelijk als je de hoogte ingaat. We verkenden de Old Town en trotseerden de enorme drukte op de markt om de armbanden, saree stoffen, kruiden en meer te bewonderen.

Ik liet mijn papa ook zijn eerste pani puri proeven, maar hij was al ziek van het Indische eten van de vorige dagen – het zal niemand verbazen, ik had tegen dan al permanent maagproblemen – dus hij proefde er slechts één. Pani puri is typische streetfood uit Rajasthan. Het is een soort krokant rijstbolletje waar men een gat induwt en vult in een pot met gekruid water (pani = water). Het is een beetje pikant.

blue-city-jodhpur-rajasthan

Maar opgelet! Standaard regel in India: als je streetfood wil proberen, ga dan waar de Indiërs gaan. Grote kans dat het er net iets hygiënischer is. Pani puri op straat proberen is ook altijd een beetje een risico: het biedt een hoge kans op ziek worden. Hoe weet je immers of ze gezuiverd water gebruiken? Gelukkig had ik een goed stalletje gekozen!

Daarna bestelde ik opnieuw een Ola om ons naar On the Rocks te brengen, dat ons was aangeraden door een van mijn treingenoten. Eigenlijk vormt het een complex met meerdere restaurants, cafés en winkeltjes. Het is zo gestyled dat het net is alsof je in een grottenstelsel rondloopt. We zouden er de volgende middag terugkeren om het Italiaanse restaurant uit te proberen. Je kan zowel binnen als buiten heel gezellig zitten. Die avond aten we op de patio met kiezelsteentjes onder romantische verlichting en een sterrenhemel.

De volgende ochtend bracht een Ola ons naar het 600 jaar oude Mehrangarh Fort, ook wel bekend als de Petra van Rajasthan omdat het net uit een rots lijkt uitgehouwen. Het is enorm vermoeiend om te bezoeken in zulke hitte (het was opnieuw +40°C) omdat het veel bergop en –af is. Maar het is wel de moeite, al is het maar om te zien waar de naam Blue City vandaan komt! Binnenin heb je een aantal musea die we bezochten om toch maar wat verkoeling te krijgen. Wat verder ligt er nog een andere mooie tempel, Jaswant Thada, die je makkelijk van hieruit kan bezoeken. Een bekende maharaja (of Indische koning) ligt hier begraven.

Jaswant-thada-jodhpur-rajasthan Jaswant-thada-jodhpur-rajasthan

’s Middags wilden we in het meest indrukwekkende hotel van Jodhpur gaan lunchen (Umaid Palace), maar je moest er minstens 10,000 rupees spenderen (of €140, wat een klein fortuin is in India). Dus dan zijn we maar teruggekeerd naar het grottencomplex van de vorige avond. Onderweg stopten we nog aan drie verschillende apothekers om medicijnen voor mijn papa te verzamelen, die zich almaar slechter begon te voelen. De warmte deed hem ook geen goed, dus besloten we de namiddag opnieuw aan het zwembad door te brengen voor wat noodzakelijke verkoeling.

Balsamand-Lake-Palace-Jodhpur-Rajasthan Balsamand-Lake-Palace-Jodhpur-Rajasthan

Die avond gingen we eten in een ander restaurant dat ons was aangeraden: Hanwant Mahal. Het ligt bovenop een bergtop en bood een schitterend uitzicht op de lichtjes van de stad en Umaid Palace. Het eten was bovendien overheerlijk en overvloedig.

De volgende ochtend vroeg vertrokken we opnieuw naar het treinstation om onze verkenning van Rajasthan verder te zetten. Op weg naar Rajasthans hoofdstad: Jaipur.

Op verkenning in India: Delhi & Agra

Hoewel ik eerder al schreef dat een reis naar India eigenlijk best zou beginnen in Kolkata begon onze reis net zoals de meeste andere reizen naar India – in Delhi. Nadat het semester in Bhubaneswar was afgelopen, vertrok ik vanuit de hoofdstad van Orissa naar de hoofdstad van India om aan een rondreis te beginnen in het land van de curries.

Delhi komt vaak negatief in het nieuws: er zijn grote verkeers- en smogproblemen, er wonen te veel mensen dicht op elkaar, er is veel criminaliteit en de ergste verkrachtingszaak van India speelde zich af in deze stad. Toch komt iedereen naar Delhi.

Mijn klasgenoot Nipun woont in een hogere klasse wijk en het was bij hem dat mijn papa en ik de eerste dagen logeerden. We werden opgehaald aan de luchthaven door de persoonlijke driver van de familie en werden in thuis ontvangen door de broer en schoonzus en het personeel. Later zou nog snel blijken dat het zowel in mijn eigen voordeel als in dat van mijn vader – nog onervaren op het gebied “India” – zou spelen dat we zoveel hulp kregen.

In mijn eerdere verhalen over India heb je al kunnen lezen dat ik nooit alleen rondreisde in India. Altijd waren er wel een of meerdere Indiërs aanwezig die me konden helpen, al was het maar om te vertalen of wat extra tientjes af te dingen voor een tuktuk. Het is eigenlijk best moeilijk om in Delhi rond te geraken zonder wat hulp. Het verkeer is inderdaad vreselijk, de tuktuk drivers in deze stad zijn de ergste afzetters en iedereen lijkt er je in het zak te willen zetten.

Delhi-Chandni-Chowk-India

Delhi

Natuurlijk is er ook veel goeds te vertellen over Delhi! Waarom zou iedereen deze stad anders bezoeken? Delhi heeft enorm veel bezienswaardigheden. India Gate is een populaire plek voor een picknick en het is er altijd enorm druk. Het memorial herdenkt de 82.000 Indische soldaten die stierven tijdens de eerste wereldoorlog. Het Red Fort, dat gebouwd werd in de 17de eeuw en gedurende 200 jaar de woning was van het Mogolrijk, huist vandaag verschillende museums. Tegenover het fort ligt de grootste moskee van India, Jama Mashid genaamd. De bekende Lotus Tempel ligt wat verder van andere bezienswaardigheden en we hadden geen tijd om er een omweg voor te maken.

Wat deden we verder nog in Delhi? In het oude stadsdeel waagden we ons op Chandni Chowk, een van de oudste en drukste markten van India. Het Red Fort ligt op wandelafstand. Ook Janpath, een tibetaanse market, bezochten we kort. Moet het nog gezegd worden dat je op alle markten goed je spullen in de gaten moet houden?

Verder vond ik Khan Market een heel leuke buurt. Je hebt er een heleboel leuke winkeltjes en boetiekjes. Bovendien vond ik er ook mijn eerste westerse maaltijd sinds mijn bezoek aan Kolkata. Mijn burger bij Smokehouse Deli – een moderne hamburgertent in de stijl van een Frans café – was er dan wel een met buffalovlees, maar hij was ongelofelijk lekker. Wat een opluchting om nog eens iets anders te eten dan kip!

Een van onze avonden brachten we door in Hauz Khas, een soort dorpje vol restaurants en bars dat ’s avonds drukbezocht is en altijd levendig. Een andere avond gingen we naar Gurgaon. Deze stad net buiten Delhi wordt thuis genoemd door een andere klasgenoot van mij, Aman. Hij nam ons mee naar een van zijn favoriete bars, Downtown, dat bekend staat om zijn zelfgebrouwen Wheat Beer. Een aanrader!

taj-mahal-agra-india

Agra

De laatste dag gingen we naar Agra om een van de zeven wereldwonderen te bezoeken. De Taj Mahal is natuurlijk onmisbaar tijdens een reis naar India. De driver reed met ons twee uur lang via de expressway van Delhi naar Agra. Hij parkeerde op de Oostparking van de Taj Mahal en nadat ik mijn vader overtuigd had om zijn eerste échte chai te proberen en we ons ticket gekocht hadden (vergeet je gratis flesje water en schoenbescherming niet te gaan ophalen!), stapten we in het busje dat ons naar de effectieve ingang van de Taj zelf bracht.

De Taj Mahal is een mausoleum dat werd gebouwd in opdracht van Shah Jahan, nadat zijn vrouw, Mumtaz Mahal, gestorven was na de geboorte van haar veertiende kind. Het duurde 22 jaar om de tombe en omliggende tuinen te bouwen. De Taj Mahal bestaat volledig uit marmer en het is bijna onmogelijk om je in te beelden hoe men erin geslaagd is zo’n gedetailleerde versieringen en tekeningen in de steen aan te brengen. Het marmeren bouwwerk komt pas volledig tot zijn recht bij zonsopgang en – ondergang. Maar ’s morgens is er vaak mist en bewolking waardoor ik je zou aanraden om in de avond de Taj te bezoeken.

Tussen alle drukte (en ongevraagde fotosessies met andere bezoekers) door, viel het me ook op hoe klein de Taj is. Echt waar. Ik keek continu van het schermpje van mijn fototoestel, waarop de tombe reuzachtig lijkt, naar de echte versie, die dan een beetje teleurstellend klein was. Niet dat dat me tegen hield om een vijftigtal foto’s van het bouwwerk te maken natuurlijk! De Taj is namelijk heel fotogeniek.

Na dit bezoek gingen we lunchen in een familierestaurant dat heel toeristvriendelijk was. Dat betekent dat het eten niet 100% Indisch smaakte en niet al te pikant was, maar wel heel lekker. Aangepast aan onze Westerse smaakpillen dus.

Het was ondertussen verschrikkelijk warm geworden. In het Agra Fort, het volgende bouwwerk dat we bezochten, waren de streepjes schaduw onze beste vrienden. Nadat Shah Jahan de bouw van de Taj Mahal had afgerond, werd hij door zijn zoon opgelicht en in gevangenschap geplaatst… in het Agra Fort. Vandaaruit kon de Shah zijn meesterwerk tot zijn dood bewonderen.

ik-Agra-fort

Het Agra Fort bestaat, net als het Red Fort, uit verschillende delen en een roestachtige rode kleur, maar vooral binnenin het ziet er helemaal anders uit! Dat komt onder andere doordat Shah Jahan meer hield van marmeren bouwwerken en daarom een deel van het Agra fort liet ombouwen naar zijn smaak.

Qua drukte viel het eigenlijk best mee. Zeker ook een bezoekje waard, zeker als je toch al helemaal naar Agra bent gekomen. Hierna keerden we terug naar Delhi.

Na een klein avondmaal namen we afscheid van Nipun’s broer en zijn vrouw, en vroegen om ook onze groeten en dankbaarheid over te brengen aan de ouders. We bedankten het personeel ook voor de goede zorgen en natuurlijk de driver die ons ondanks de taalbarrière zo van dienst was geweest. Ik denk niet dat je Delhi en Agra op drie dagen kan doen, zoals wij deden, zonder zo’n driver als wij hadden. Tenzij met een georganiseerde tour misschien, maar dat is niet zo mijn ding. Hoewel dat in India toch wel het overwegen waard is eigenlijk…

Om tien uur ’s avonds stonden we in het treinstation te wachten op onze nachttrein naar Rajasthan. Een heel andere staat en niet te missen tijdens een reis naar India, zo was mij verteld. De staat van prinsen en de sprookjes van duizend-en-een-nacht. Spannend!