7 dagen Gran Canaria: onze route vanuit Meloneras
Gran Canaria is zo’n eiland waarvan je vooraf denkt: zon, strand, misschien wat duinen, en klaar. Maar wie een huurauto neemt, merkt al snel dat het eiland veel meer te bieden heeft. Op één week tijd wandelden wij door duinen alsof we ons in een miniwoestijn bevonden, reden we door berglandschappen met kleurrijke rotsen, ontdekten we schattige dorpjes met elk hun unieke eigenschappen en eindigden we bijna elke dag opnieuw aan de lazy river van ons hotel.
Wij verbleven van 20 tot 27 mei 2026 in het Lopesan Baobab Resort in Meloneras. Het was een duoreis met mijn partner. Geen volgepropte planning, maar een mix van luxe, relaxen en elke paar dagen op ontdekking gaan. Die balans werkte voor ons perfect en vind je hieronder terug in de vorm van onze itinerary.
Dag 1: aankomen in Lopesan Baobab
Op de eerste dag kwamen we in de namiddag aan in Gran Canaria. We haalden onze huurauto op aan de luchthaven en reden naar het Lopesan Baobab Resort, waar we de volledige week verbleven.
Die eerste avond deden we vooral wat je moet doen als je aankomt in zo’n hotel: rondlopen op het domein, om je heen kijken, “amai” zeggen, nog eens achter die bocht kijken, en proberen te begrijpen hoe groot alles is. Lopesan Baobab is helemaal ingericht in Afrikaans thema, met allerlei waterpartijen, palmbomen en andere tropische planten, en overal dierenbeelden. Flamingo’s in het water, zebra’s in de bosjes, giraffen en olifanten onder de bomen… Het klinkt snel kitsch als je het zo opsomt, maar ter plekke heeft het echt een leuk effect.
’s Avonds aten we bij Akara, het Afrikaanse restaurant in het hotel. Dat hadden we op voorhand gereserveerd, en dat zou ik jou ook aanraden te doen. Het is namelijk het enige restaurant in Lopesan Baobab waar ook mensen van buiten het hotel kunnen komen eten.
Mijn tip
Plan op je aankomstdag niet te veel. Zeker als je in Lopesan Baobab verblijft, wil je de eerste dag gewoon even door het hotel dwalen en het wow-effect in je opnemen.
Dag 2: wandelen langs Meloneras en relaxen aan de lazy river
Na ons eerste ontbijt in het hotel trokken we richting de zee. Vanuit Lopesan Baobab wandel je makkelijk naar de dijk van Meloneras, langs winkeltjes, de zee en verschillende hotels.
Je loopt het hotel uit langs de Titan Gym, steekt de straat over en via een ander Lopesan hotel (Costa Meloneras) kom je uit aan de Faro de Meloneras op de dijk. Costa Meloneras had trouwens een prachtige infinity pool aan zee, ook dit hotel is op zich eens leuk om eens te verkennen. Het was alleen al heel warm. Zo warm dat we vrij snel terug richting hotel gingen.
’s Middags lunchten we bij Henry Stanley, aan het zwembad van Lopesan Baobab. De hamburgers stelden niet zoveel voor, maar de setting was wel leuk: je zit in een soort grotomgeving met zicht op het zwembad en de waterval waar je onderdoor kan wandelen. Die waterval maakt wel behoorlijk wat lawaai, dus echt rustig is het daar niet.
De rest van de dag spendeerden we aan de lazy river, wat uiteindelijk onze favoriete zwembadplek van het hotel werd. Door alle bochten en hoekjes voelde het daar net iets rustiger en meer privé dan aan de grotere zwembaden.
’s Avonds aten we in het buffetrestaurant.
Mijn tip
Ga vroeg op de dag wandelen langs de dijk. In mei was het overdag al snel te warm.
Dag 3: roadtrip de bergen in — Fuente de los Azulejos en Puerto de Mogán
Op de derde dag trokken we de bergen in. Dit was zo’n dag waarop je merkt hoe anders Gran Canaria eruitziet zodra je de kust achter je laat.
We reden langs El Molino Quemado, een bekende molen met een museum erbij, en stopten bij Mirador de Veneguera voor foto’s.
Daarna reden we langs Fuente de los Azulejos, de bekende regenboogrotsen. Die vond ik heel mooi, maar we zijn er niet gestopt omdat dat op dat moment moeilijk ging. Er was weinig plaats om veilig te parkeren. Je kan daar blijkbaar ook een stukje wandelen, dus dat zou ik bij een volgende keer beter voorbereiden.
We reden ook door Mogán, dat er heel leuk uitzag om even te stoppen. Alleen was parkeren daar moeilijk, waardoor we uiteindelijk doorreden naar Puerto de Mogán.
Puerto de Mogán vond ik ondanks de drukte echt gezellig. Het is een vissersstadje met een haventje, transparant water, palmbomen, restaurantjes en van die straatjes met bloemen waar ik uiteraard instant gelukkig van werd. Alleen waren wij er blijkbaar op marktdag of op een dag waarop er heel veel boottochtjes aankwamen. Gevolg: keiveel volk.
Toch vond ik het een van de leukste plekken van de reis.
’s Avonds aten we bij La Toscana, een Italiaans restaurant binnenin het Costa Meloneras hotel. Je kan vanop het terras ook de avondshow zien.
Parkeren
Bij Puerto de Mogán vonden we ondanks de drukte wel parking. In het bergstadje Mogán zelf bleek parkeren veel moeilijker.
Waarom doen?
Deze route combineert berglandschappen, viewpoints en een van de gezelligste kustplaatsjes van Gran Canaria.
Mijn tip
Check vooraf of het marktdag is in Puerto de Mogán. Het blijft leuk, maar als je rustig wil rondstruinen en op je gemak foto’s wil maken, kies je beter een ander moment.
Dag 4: wandelen door Las Dunas de Maspalomas
De volgende dag bleven we dichter bij het hotel en gingen we wandelen in Las Dunas de Maspalomas.
Er zijn verschillende wandelroutes uitgestippeld door de duinen. Wij kozen de kortste, want het was opnieuw veel te warm. Toch vond ik het heel leuk om te doen. Je kan de wandeling ook op een kameel doen!
Op sommige momenten tijdens de tocht zie je alleen maar zand en duinen, waardoor je even het gevoel hebt dat je in een woestijn rondloopt. In de verte zie je dan langzaam de zee verschijnen, met hier en daar nog hotels die boven het landschap uitsteken.
De dunas zijn ook een mooie plek voor foto’s, zolang je voorbereid bent op de hitte.
Na de wandeling keerden we terug langs de zee en stopten we bij een strandbar om iets te drinken. Dat was nodig, want we waren helemaal uitgedroogd.
Daarna ging ik in het hotel voor een anti-stressmassage van een uur. Niet de beste massage ooit, maar wel goede prijs-kwaliteit en exact wat ik nodig had na een wandeling door de duinen!
’s Avonds aten we bij Callao Gastro & Ocean Lounge. We namen een flesje Miraval en aten een lekkere pasta op een houten terras met zicht op de tuinen van het hotel. Zo’n avond waarop je denkt: ja, dit is vakantie.
Waarom doen?
De duinen zijn een van de bekendste plekken van Gran Canaria, en terecht. Ze voelen echt anders dan de rest van het eiland.
Mijn tip
Neem water mee, draag zonnebescherming en doe dit niet op het heetste moment van de dag.
Zou ik het opnieuw doen?
Ja, maar opnieuw de korte route. Meer moest dat voor mij niet zijn in die hitte.
Dag 5: Firgas, Arucas en Las Palmas
Deze dag was een van mijn favoriete uitstappen, vooral door Firgas.
Firgas is een bergdorpje met steile straten, bloemen en mooie muurschilderingen. De bekendste plek is Paseo de Canarias, waar je informatie en reliëfs ziet van de verschillende Canarische Eilanden. Daarnaast loopt er een straat met water en bankjes die mij wat deden denken aan het bekende plein in Sevilla, met namen van andere stadjes zoals Arucas, Agüimes en Agaete.
Het was zo’n plek waar je niet per se uren nodig hebt, maar waar alles gezellig en fotogeniek aanvoelt. Zeker met alle bloemen in bloei.
Daarna reden we door naar Arucas, waar toevallig een lokaal festival bezig was rond oude soorten speelgoed. Er was muziek, een marktje en tentoonstellingen rond bijvoorbeeld tollen, knikkers en poppen. Het was druk, maar op een gezellige manier. We bezochten ook de bekende kerk van Arucas, die meteen opvalt in het centrum.
Daarna reden we nog naar Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria. We wandelden onder andere langs Plaza de los Álamos en Plaza de Santa Ana, waar je de bekende kathedraal vindt. Voor de kerk staan bronzen beelden waar veel mensen foto’s van maken.
Mijn favoriete ontdekking in Las Palmas was eigenlijk een ijssalon: Heladería Casa del Gelato in de Calle Calvo Sotelo. We hadden eerst ergens koffie willen drinken, maar daar zeiden ze dat ze geen koffie serveerden omdat het te warm was. We werden gewoon doorgestuurd naar het ijssalon ernaast. Gelukkig maar, want het artisanaal ijs was heel lekker.
’s Avonds aten we bij OVO in Lopesan Villa del Conde, een hotel in Toscaanse stijl. Ook weer een heel mooie setting, lekkere wijn gekozen door Davy en een fijne afsluiter van de dag.
Dag 6: Maspalomas en Pili Pili
De dag daarna bleven we opnieuw in de buurt van het hotel en gingen we naar Maspalomas.
Eerlijk? Maspalomas zelf was voor mij geen must. Het strand is mooi, maar de sfeer errond voelde niet echt als mijn ding. Veel toeristische bars, en een beetje dat klassieke vakantieoordgevoel. Goedkoop misschien, maar deze sfeer is niet wat ik zocht op deze reis.
Ik zou Maspalomas dus niet volledig overslaan, omdat de duinen wél de moeite zijn. Maar het centrum/strandgebied zelf hoef ik niet per se opnieuw te doen.
’s Middags aten we bij Pili Pili, het grillrestaurant aan het zwembad van Lopesan Baobab. Ik nam een soort sandwich met pulled pork of pulled chicken, D. koos iets met pikante tonijn. Het was lekker, maar ik vond het wel duur voor wat het was.
’s Avonds aten we opnieuw in het buffetrestaurant.
Dag 7: Barranco de las Vacas en Agüimes
Op 26 mei deden we nog een laatste roadtrip naar Barranco de las Vacas. Dit was misschien wel de meest avontuurlijke stop van de reis. Je kan eventueel kiezen voor een begeleidde wandeling.
Barranco de las Vacas is niet zo makkelijk te vinden als je niet weet waar je moet zijn. Het makkelijkste is eigenlijk: de mensen volgen. Iedereen parkeert langs de baan en zoekt dezelfde toegang. Omdat iedereen daar traag rijdt en wat aan het zoeken is, voelde het nog relatief veilig, maar je moet wel opletten.
Om er te geraken moet je over de vangrail klimmen en dan naar beneden wandelen of klauteren. Je moet dus goed te been zijn en schoenen dragen waarmee je niet meteen uitglijdt over de steentjes.
Eenmaal beneden is het wel de moeite. De rotsformaties zijn mooi en iedereen gaf elkaar wat ruimte om foto’s te maken, wat ik verrassend fijn vond. Het voelde een beetje als een klein avontuur.
Daarna reden we naar Agüimes, een mooi stadje met typische straatjes en veel bronzen beelden. Een van de bekendste is La Camella, waar veel mensen mee op de foto willen. Agüimes voelde charmant en rustig, en paste perfect als tweede stop na Barranco de las Vacas.
We lunchten daarna bij Maspalomas Golf, zodat we die plek ook eens gezien hadden. Het was een beetje bewolkt, maar op het terras zitten was aangenaam en het eten was niet duur.
’s Avonds aten we opnieuw bij La Toscana. De dag erna, voor onze namiddagvlucht naar huis, gingen we daar zelfs nog eens lunchen.
Parkeren
Bij Barranco de las Vacas parkeer je langs de weg. Bij Agüimes was parkeren makkelijker. Er is een pleintje net buiten het centrum waar je gratis kan staan.
Waarom doen?
Barranco de las Vacas is fotogeniek en avontuurlijk, Agüimes is charmant en gezellig. Samen vormen ze een fijne roadtrip.
Mijn tip
Draag degelijke schoenen voor Barranco de las Vacas. Dit is geen plek voor gladde sandalen.
Wat zou ik anders doen?
Ik zou vooral sommige plekken beter timen. Puerto de Mogán zou ik niet opnieuw op een drukke marktdag bezoeken, en wandelingen zoals de duinen zou ik vroeger op de dag plannen.
Ook zou ik Maspalomas zelf minder tijd geven. De duinen zijn top, maar de omgeving errond was voor mij geen hoogtepunt.
Dan zijn er nog wat andere (berg)stadjes die ik graag nog een keer zou bezoeken, zoals Teror.
Mijn favoriete plekken op Gran Canaria
Als ik er vijf moet kiezen, dan zijn dit mijn favorieten:
- Puerto de Mogán – ondanks de drukte supergezellig, met bloemen, water en een fijne vakantiesfeer.
- Firgas – schattig, fotogeniek en heel charmant.
- Las Dunas de Maspalomas – bijzonder landschap en mooi voor foto’s.
- Barranco de las Vacas – avontuurlijk en anders dan de rest.
- Lopesan Baobab zelf – want eerlijk, het hotel was een beleving op zich.
Is 7 dagen genoeg voor Gran Canaria?
Voor ons was zeven dagen ideaal. We wilden geen reis waarbij elke dag volgepland was, maar ook geen week waarin we enkel aan het zwembad lagen. Door een dag in of rond het hotel af te wisselen met een roadtrip of verdere uitstap, voelde de reis ontspannen én afwisselend.
Gran Canaria is perfect om met een huurauto te verkennen. De wegen lagen er meestal heel goed bij, parkeren was vaak duidelijk en gratis, en je kan op relatief korte tijd veel verschillende kanten van het eiland zien.
Voor mij was dit geen pure strandvakantie, maar een luxevakantie met genoeg kleine avonturen om het interessant te houden. En dat is eigenlijk exact waar ik op hoopte.